Veelgestelde vragen over internationaal scheiden

Je bent niet de eerste die vragen heeft over internationaal scheiden. Sterker nog: bij Küppers & Odekerken hebben we er in de afgelopen jaren al vele beantwoord. De meest gestelde vragen en antwoorden hebben we hier voor je verzameld. Heb je een andere vraag of wil je meer weten over jouw eigen situatie? Neem dan gerust vrijblijvend contact met ons op.

Die vraag wordt in principe beantwoord door het recht dat van toepassing is op het huwelijksvermogensregime van de echtgenoten (artikel 10:51 BW). Hierop wordt ingegaan in vraag 2, het is dus afhankelijk van welk recht toepasselijk is. Er is echter één uitzondering. Pensioenrechten die zijn opgebouwd in Nederland worden volgens de Nederlandse Pensioenregeling, de Wet Verevening Pensioenrechten, verdeeld: ook als buitenlande recht van toepassing is op het huwelijksvermogensrecht.
In het buitenland opgebouwde pensioenen die volgens Nederlands recht moeten worden verdeeld zijn soms nog ingewikkeld om af te wikkelen. De ex echtgenoot zal alleen een recht op uitbetaling jegens de echtgenoot hebben, aangezien geen actie kan worden ondernomen naar de buitenlandse pensioenuitvoerder. Die kennen immers niet de verplichting om administratiefrechtelijk mee te werken aan de verevening van het pensioen. Het is dan ook belangrijk om daar wel een goede afspraak voor te maken.

Allereerst is het belangrijk te weten of dit huis een geschil is in het kader van het huwelijksvermogensrecht. Met andere woorden vloeit de verdeling van dit huis rechtstreeks voort uit het huwelijk of de beëindiging daarvan. Als er sprake is van een gemeenschap van goederen is dat het geval: de gemeenschap eindigt immers op het moment dat het verzoekschrift tot echtscheiding wordt ingediend. De rechter die wordt gevraagd om de echtscheiding uit te spreken beslist dan ook over de verdeling van het huis.

 

Als er echter sprake is van een algehele uitsluiting van de gemeenschap (bv als u huwelijkse voorwaarden heeft gemaakt) en huis op gemeenschappelijke naam staat, is het niet altijd de echtscheidingsrechter die over de verdeling van het huis in het buitenland oordeelt. Dan wordt deze vraag wordt dan beoordeeld aan de hand van het EEX Verdrag: de rechter van de woonplaats van verweerder is bevoegd om over deze verdeling te oordelen. Maar is die rechter ook bevoegd te oordelen over de levering? Dat is niet het geval, dat is weer de rechter waar het onroerend goed is gelegen. Voor de vraag welk recht toepasselijk is verwijs ik naar het antwoord op vraag 2.

De Nederlandse rechter kan oordelen over een verzoek tot echtscheiding indien:

  • Beide echtgenoten een gewone verblijfplaats hebben in Nederland of
  • Eén van beiden verblijf heeft in Nederland als er een gezamenlijk verzoek tot echtscheiding is of
  • De laatste gemeenschappelijke verblijfplaats in Nederland was en één echtgenoot er nog woont of
  • Verweerder zijn of haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft of
  • Verzoeker minimaal één jaar een gewone verblijfplaats in Nederland heeft of
  • Verzoeker minimaal een half jaar een gewone verblijfplaats in Nederland heeft plus de Nederlandse nationaliteit heeft.

Als dat gebeurt, moet je in het buitenland een verzoek tot teruggeleiding instellen op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV).

 

Het HKOV biedt een juridisch kader voor de terugkeer van een kind dat onterecht uit zijn of haar gewone verblijfplaats is weggehaald. Het doel is om het kind snel terug te brengen naar het land waar het voor de ontvoering normaal woonde, zodat de kwestie van het ouderlijk gezag en omgang kan worden opgelost volgens de wetgeving van dat land. Het verzoek tot teruggeleiding kan bij de rechter in het land waar het kind zich bevindt worden ingediend.

Dit is best een ingewikkelde vraag. Allereerst is dat afhankelijk van het tijdstip dat je gehuwd bent. Is je huwelijk na 1 september 1992 gesloten, dan is het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 toepasselijk. De hoofdregel in dat verdrag is dat partijen ten tijde van het huwelijk een rechtskeuze kunnen maken. Hebben zij geen keuze gemaakt, dan is het recht van de gemeenschappelijke nationaliteit van beiden toepasselijk, of, als er geen gemeenschappelijke nationaliteit is, het recht van de eerste gemeenschappelijke huwelijkswoonplaats of, als die eerste gemeenschappelijke huwelijkswoonplaats er niet is, het recht van de nieuwe gemeenschappelijke verblijfplaats.

 

Verder is het belangrijk om je te realiseren dat het toepasselijke recht op het huwelijksvermogen kan wijzigen indien er geen rechtskeuze is gemaakt.
Het kan wijzigen in Nederlands recht wanneer jullie beiden de Nederlandse nationaliteit krijgen of meer dan 10 jaar in Nederland wonen. Dit kan er toe leiden dat het vermogen dat in het verleden is vergaard niet hoeft te worden verdeeld, maar het vermogen dat is vergaard in de periode dat Nederlands recht van toepassing is geworden, ineens gemeenschappelijk is omdat het in de (Nederlandse) gemeenschap van goederen valt en dus verdeeld moet worden.

Of een buitenlandse adoptie in Nederland wordt erkend, is afhankelijk van de vraag of het land waar de adoptie is uitgesproken, aangesloten is bij het Haagse Adoptieverdrag.

 

Inmiddels zijn er zo’n 102 landen aangesloten en als de procedure in een verdragsland op een goede manier verlopen is, wordt deze adoptie van rechtswege in Nederland erkend. Is dit land niet aangesloten bij het Verdrag, dan hoeft dat nog niet te betekenen dat de adoptie niet wordt erkend. Volgens artikel 10:108 BW kan een dergelijke adoptie nog steeds van rechtswege worden erkend, indien zowel het kind als de adoptiefouders buiten Nederland wonen. Als de adoptiefouders in Nederland wonen, is een rechterlijke uitspraak nodig voor de erkenning. Overigens is het volgens artikel 10:105 BW ook nog mogelijk dat de Nederlandse rechter de adoptie uitspreekt indien erkenning om wat voor reden dan ook in Nederland niet lukt. Als dat gebeurt, wordt het volledig getoetst in Nederland. Dit is een ingewikkelde materie, dus laat je goed voorlichten door een deskundig advocaat van Küppers & Odekerken.

Je kunt niet zonder toestemming van de andere met het gezag belaste ouder de kinderen meenemen naar een ander land dan waar ze op dat moment hun gewone verblijfplaats hebben. Anders is er sprake van kinderontvoering.

Dat is mogelijk indien de alimentatieplichtige in Nederland woont, de alimentatiegerechtigde in Nederland woont, of als de echtscheidingsprocedure in Nederland is aangevraagd. Ook kun je ervoor kiezen om de Nederlandse rechter de alimentatie te laten vaststellen.

faq veelgestelde vragen

Staat je vraag hier niet bij? Neem contact op, we helpen je graag verder.

Scroll naar boven

Bedankt voor het invullen van het formulier

Wij nemen snel contact met je op.
Uiteraard worden jouw gegevens vertrouwelijk behandeld.

Hartelijke groet,

Linda Küppers & Sanne Odekerke